Newsletter

11 mrt ~ Slumdog Millionaire

Mijn hoofd is gevuld met zorgen over de naderende ochtend. Woelend in mijn bed, ben ik veel te vroeg wakker. Ik ga iets doen waarvan ik me afvraag of ik het wel zal aankunnen?

Straks ga ik naar een plek waar 1 miljoen mensen op amper 1,75 km² moeten leven, of beter gezegd, overleven. Een massale opeenpakking van mensen, waarbij in vergelijking de overvolle weide van een Rock Werchter festival, niets is.

Ik ga naar de sloppenwijken van Dharavi waar gemiddeld een toilet per 1500 inwoners is, ziektes achter elke hoek je opwachten en water een luxe is, het is er gewoon niet. Hier betekent luxe beschut zijn door enkele muren, soms golfplaten of karton en iets dat op een dak lijkt.

Ik durf niet alleen te gaan. Angst dat ik al wenend door men knieën zak en geen stap verder kan zetten. Satya m’n trouwe gids uit Mumbai gaat akkoord om me te begeleiden en dus raap ik al mijn moed bijeen. Het maakt niet uit hoe ik reageer. Ik vertrouw hem, desnoods sleurt hij me erdoor.

Eens ter plaatse lijken de mensen er heel gewoon. Sommigen hebben zelfs een gsm of een bromfiets. Ze doen hun uiterste best om alles proper te houden, wat een geweldige uitdaging is. Velen van hen gaan werken in de dag en dragen daarvoor een lange broek met hemd. Anders gezegd, het lijken gewone mensen te zijn zoal u en ik, die vriendelijk dag zeggen wanneer je hen voorbij wandelt. Het grote verschil is, hoe en waar ze wonen. Misschien moet ik me niet al te verdrietig voelen maar vol respect. Het ongewone aan deze schijnbaar gewone mensen is dat ze in slagen te overleven op een manier waar wij een punt kunnen aan zuigen. Met niets, doen zij zoveel… Hier leven gezinnen op enkele kubieke meter. Eén persoon huist soms in 1 m³ . Elektriciteit is vaak wel, al is dat niet doorlopend, en hier en daar zie je een televisietoestel. Van meubelen is er geen sprake, tenzij een stoel hier, een tafeltje daar. Men leeft er op de grond. Dat is de plaats waar men kookt en eet, zit en slaapt.

Onvoorstelbaar, maar om in deze kleine hokjes te mógen wonen betalen de mensen huur. Elk van hen is genoodzaakt om te werken. Dharavi-slum is dan ook één en al bedrijvigheid. Je hebt er pottenbakkers, lederbewerkers, zelfs mensen die handelen in computeronderdelen. Je ziet vele vrouwen de afwas doen op straat.

Kinderen lopen er door de smalle steegjes van soms amper 1 meter breed, en spelen alsof hun leven er van afhangt. En zo is het ook, hun leven hangt af van hun spel en zorgeloosheid. Alweer valt het me op dat ik omgeven ben door mensen, jong en oud met lachende gezichten. En wij maar klagen omdat de soep koud is. Rijke, verwende westerlingen die we zijn, blind voor het leven, kreupel door de materie en doof voor de stem van de natuur.

Ik laat de sloppenwijk enigszins verward achter.

Het gaat nog even duren voor ik zal beseffen wat ik allemaal zag en voelde. Met. de locale trein gaan Satya en ik terug naar mijn hotel. De tickets zijn belachelijk laag, maar het kan soms heel druk worden. Mensen springen op en af treinen terwijl die nog tegen hoge snelheid aankomt of vertrekt.

In de trein staat een bordje: “Unescorted young students depend upon you for protection. Please accommodate and look after them.” Zo gaat het hier in India denk ik, kinderen zijn zelfstandiger, ouders vertrouwen hen en vreemdelingen meer. Wie zou immers een kind kwaad willen doen?
Knap. Misschien moeten wij leren om ook onze angsten in te ruilen tegen vertrouwen. Maar hoe doe je dat? Hopelijk is dat één van de dingen die ik hier ga leren. Wordt dus vervolgd.

Share

10 mrt ~ How did you sleep?

In mijn hotel is het (westers) toilet bruin. Handig! Het verbergt de troep die aan de randen blijft plakken… Maar tegen de geur helpt het helaas niet. En ja hoor, beter meteen wennen aan hun gewoonten, ik gebruik mijn hand ipv wc papier. ”If you fall with your face in the shit, would you like to wash it with a towel or with water?” (Indisch uitspraak) Met water voelt het nog wel aangenaam en proper aan, enkel begrijp ik niet hoe je het moet afdrogen.. wellicht gewoon niet… Handjes goed wassen nadien. ‘t Linkerhand voor het vuile werk dus, het rechter om te eten.

Deze ochtend breng ik terug met Satya door. “How did you sleep”, vraag ik hem. Satya begrijpt m’n vraag verkeerd en vertelt me dat hij meestal voor 200 Roepies (3 euro) een slaapplaats heeft in een ‘dormitory’. Daar slapen ze in een zaal met ongeveer 30 personen. “Meestal”, zei hij, en ik vraag me af waar hij dan slaapt wanneer het niet in de dormitory is. Heel even denk ik dat het wellicht geen drama voor hem is om buiten te slapen, maar dan zet ik mijn westerse bril af die me afschermt van gevoelens. “But the eyes are blind, one must look with our heart”. Antoine de Saint-Exupery

Gisteren klaagde ik nog over het harde bed! Hoe kon ik zo naïef zijn te denken dat het geen drama is om op het harde asfalt te slapen? Dom van me, ik zou het zelf eens moeten proberen om te weten hoe het echt is. Ik vraag het aan Satya en sta versteld van zijn antwoord. Als hij er niet in slaagt om genoeg geld te verdienen, per dag of per week, dan is de blote hemel zijn plafond. Gelukkig is Satya een overlever en kent hij veel mensen die hem in geval van nood ook soms kunnen opvangen. Tot hiertoe heeft hij nog geen enkele nacht buiten op de straat moeten doorbrengen. Maar zijn uitleg overtuigt mij niet, en ik weet dat zijn leven niet gemakkelijk is en hij nooit zal toegeven dat hij soms dakloos is.

Het is onvoorstelbaar hoeveel mensen hier buiten slapen, soms werkelijk op de rand van de stoep. Meerdere keren kreeg ik de tranen in mijn ogen toen ik mensen en kinderen zich zag klaarmaken voor de nacht. Ik filmde het en nam foto’s, zodat ik het nooit meer zal vergeten en wanneer ik mij thuis in mijn luxebed depressief voel, dan zal ik naar die beelden kijken en mij realiseren dat ik alles heb om gelukkig te zijn, tenminste toch materieel… Een man van midden de dertig kroop samen met zijn zoontje van 10 tegen de muur van een groot gebouw, op één van de drukste plaatsen van Mumbai. Ze hadden twee kartons. Eén om op te liggen en een om over hen te leggen. Ze legden zich neer; dicht tegen elkaar en deden hun ogen dicht. Tranen kwamen in mijn ogen, niet van medelijden, maar van ontroering door de liefde die ik zag en voelde tussen de papa en zijn zoontje. Ze hebben het niet gemakkelijk en ik weet niet hoe hun leven is en er nog zal uitzien. Maar ik hoop in het diepste van mijn hart dat het zoontje naar school kan gaan en later zijn papa een huisje kan geven, een bed en buiten liefde ook wat comfort. Ik besluit om ze niet enkel wat geld te gaan geven maar ook een kaartje van “Karmayog”. Deze organisatie, hier vlakbij vangt kinderen overdag op, geeft ze eten, scholing en gezondheidsverzorging. De man schrikt op als ik te dichtbij kom, maar hij aanvaardt het geld en het kaartje. Ik geef hem een beetje uitleg, maar ik betwijfel of hij er iets van verstaat en of hij kan lezen. Ook gaf ik hem het adres van waar ik verblijf. Ik zag ze nooit meer weer en kan enkel hopen dat het hen goed gaat. Elke dag van mijn verblijf tracht ik velen te helpen. Vermoedelijk is het vaak een druppel op een hete plaat, maar elke hulp, hoe klein die voor ons ook kan lijken, is er een.

Terug naar Satya. Ik leg uit wat ik bedoelde, namelijk, hoe hij sliep, of hij goed sliep. Ditmaal antwoordt hij: “Sleeping is a state of mind. Be confortable with yourself on the inside, then the outside does not matter.” Verdorie, denk ik, hij heeft gelijk, hij weet meer dan ik… plotseling voel ik me leeg. Want voor mij was de buitenkant altijd belangrijker, als mijn matras maar goed ligt, als de geur in de kamer maar neutraal is en de airco goed werkt, als, als, als… Dat ik niet de voorbije nacht niet goed sliep hou ik voor mezelf, want met mijn “lege ik” had ik last van alles, de hitte, de stank, het lawaai, de slechte matras… zonder te beseffen dat de oorzaak eigenlijk in mijn ziel zit. Ik besluit af te bouwen in mijn luxe-voorzieningen, de volgende hotels zullen niet meer 1500 Roepies per nacht kosten.

Nadat het heetst van de dag voorbij is, ga ik in men eentje op stap naar Dhobi Ghat. In Dhobi Ghat worden de meeste van Bombays kleren gewassen. Sinds 140 jaar gebeurt dit in betonnen wasbakken door de dobis (een caste gespecialiseerd in het wassen van kleren) in de open lucht. Dit alles met de hand. Een spontaan 11-jarig meisje komt naar me toe en wil me graag een handtas verkopen. Eerst denk ik “Wat ben ik daar nu mee?”, maar dan denk ik weer aan mijn “lege ik”. Met de handtas ben ik inderdaad niet veel, maar wel met iets anders, en dat heb ik van hen al gelijk gekregen. Het meisje gaf me een zicht op haar moed en overlevingstalent, op haar open en blije glimlach en haar schijnbare onbezorgdheid in dit bezorgde leventje. Ze gaf me iets waarmee ik een beetje mijn ziel kon vullen en mijn “armmoedige ik” kon verrijken, al weet ze dat niet. Twee van haar vriendjes komen erbij, ze lijken gefascineerd door de komst van de bleekscheet. Merkwaardig hoe goed dit meisje haar Engels is, ze begrijpt dat de handtas mij slechts matig boeit, en gooit het ineens over een andere boeg. ”Then Buy me a pepsi”, zegt ze. Een pepsi? Ik val uit de lucht en moet lachen met het idee. Waar kan je dat kopen, vraag ik? Slechts enkele meters verder blijkbaar. “Drie pepsi’s graag!” De kinderen zijn blij, hun handjes gevuld, een klein geschenkje rijker. Het staat niet in verhouding met wat zij me gaven, maar onze harten zijn blij, en dat is wat telt.

Share

9 mrt ~ First day

Als ik dan eindelijk in ’t slaap dommel, hoor ik een hard gebonk op de deur.
Zombie Mickey doet de deur open, eigenlijk nogal riskant en daar staat hij: Satya.
Pas dan merk ik dat de dag begonnen moet zijn, want het is licht. Vervolgens sleurt behulpzame Satya mij onder de gloeiende zon door de overvolle straten van Bombay.
Pas uren daarna gaan we even rusten.
Hier zit ik dan, en voel me als de eerste letters van de stad, Bom-bay, klaar om te exploderen, mijn hoofd toch al zeker.
Uitgeput ben ik, door de hitte, het achterna lopen van m’n gids, de korte nacht en de drukkende massa die constant je aandacht vereist.
Want als westerling laten niet veel Indiërs je voorbij lopen zonder je aan te spreken: “hello my friend, wanna buy drum?”
Wat zou ik me graag onopvallend mengen in de menigte… onmogelijk, mijn blauwe ogen en bleke huid zijn niet te verbergen.
“People don’t come to Bombay to live, they come for the money”, zegt Satya en dat merk je ook.
Dan besluit ik mijn aanpak te veranderen. Geen gids meer die men kosten verdubbelt. Maar eerst even rust, weg uit deze brandende hitte.
Alleen op pad, wandel ik langs het beroemde Taj Mahal hotel en de Gateway of India waar je een prachtig zicht hebt op het water.
Het is zoals de ‘Lonely Planet’ zegt, dit is de favoriete verzamelplek om aan ‘peoplewatching’ te doen.
Van alles loopt hier rond, verkopers van reuzenballonnen, fotografen, bedelaars, schoudermasseurs… het is als een gigantische open-lucht bazaar.

Bij al deze ‘vreemde’ mensen denk ik: hier in India mag ik alles, de normen van de maatschappij vallen van mijn schouders. Tegenover niemand hoef ik me nog te verantwoorden.
Het voelt alsof ik in de leefruimte ben van een groot, publiekelijk gekkenhuis, waar alles kan en iedereen zijn ding doet. Maar het is subtieler dan dat, ik voel me vrij, niet meer gebonden aan inperkende regels.
Een jonge, smoezelige man komt resoluut op me afgestapt: “Shoe shine?”. Nee, dit heb ik niet nodig denk ik, maar dan zegt hij “fifteen roepies”, waarna mijn nieuwsgierigheid stijgt. “For each shoe?”, vraag ik.
“Yes” zegt hij.
Stommerik dat ik ben, denk ik bij mezelf, hij bedoelde voor beide schoenen natuurlijk, maar ik lach en zeg: “Ten roepies ok?”
Blij dat ik het spelletje meespeel, accepteert hij. Voorzichtig maakt hij mijn veters los met een finesse alsof mijn stinkende schoenen een juweel zijn en begint met een ongelooflijke passie de schoenen te poetsen. Heel zijn hoofd beweegt met snelle pulsen mee, slechts af en toe kijkt hij naar boven om me een stralende glimlach te bezorgen.
Wat een prachtig spektakel.
Daarna geef ik hem 30 roepies. Veel te veel natuurlijk, maar ik ben blij en mijn dag kan niet meer stuk. De zijne ook niet.
Wat later kom ik enkele collega’s van hem tegen. Een man zonder benen in een zelf gemaakte rolstoel – er is hier noodgedwongen veel inventiviteit en er zijn veel mensen met een handycap. “Shoe shine?” Neen dankje, ze glanzen nu wel genoeg! Maar weer geraak ik aan de praat. Terwijl roept hij naar andere voorbijgangers: “Shoe shine? C’mon, give me your feets, I dont have any!”
De man zonder benen lijkt even veel te stralen als mijn schoenen en dus probeer ik zijn formule zelf ook eens. De eerstvolgende toerist spreek ik aan: “Shoe shine?” Verbaasd dat het een blanke is die hem die vraag stelt, is de toerist van zijn melk en staat hij even met zijn mond vol tanden. Vervolgens braakt hij een korte “no” uit en wandelt verder. Ik draai me naar de professionele schoenenpoetser: “you have a difficult job!”

“If we admit that life can be ruled by reason, the possibility of life is destroyed.” ~ Leo Tolstoi

Share

9 mrt ~ Arrival in Bombay by night

Net geland. De stewards wandelen door de gangen van het vliegtuig al spuitend met een anti-muggen middel. Je ogen prikkelen ervan, maar het ruikt niet onaangenaam. Die typerende geur hangt als een mist over het hele vliegveld. En zo begint dan mijn muggenparanoia, die mij ook van mijn eerste nachtrust in India zal beroven.

Een magere lokal met een bordje waarop ‘MICKE’ staat, glimlacht naar me. Blijkbaar herkent Satya me meteen van de foto die ik hem stuurde.
“Micke”, roept hij.
“Yes, Satya?” We ontmoeten elkaar voor het eerst in dit leven maar hij omhelst mij alsof we elkaar al jaren kennen en sinds lang niet meer gezien hebben.
Het stelt me gerust dat Satya mij door de chaotische zee van reizigers begeleidt en door het zenuwstelsel van wegen met door elkaar rijdende vehicles van alle soorten, naar mijn hotel in Colaba brengt, ten zuiden van Mumbai.
Er zijn geen handdoeken, lakens of wc rollen en de matras van mijn bed is behoorlijk hard.
Dat soort ‘geen-luxe’ zijn wij westerlingen niet gewoon.
Een hint voor mijn verdere reis doorheen India?

Share

7 mrt ~ Anti-malaria junkies

De dag voor men vertrek merk ik het nogmaals, de bijwerkingen van Lariam (anti-malari) zijn veelvuldig. Eerder al had ik hoofdpijn, was ik duizelig, sliep ik slecht, beleefde ik intensere dromen, enz… Maar nu werd ik verrast door mijn plotse woedeaanval tegenover mijn broertje. Ik scheld normaal nooit iemand uit, zo ben ik niet, maar het gebeurde toch. Terug achter mijn pc tip ik de zoekwoorden “Lariam” en “Agressie” in. En ja hoor, bingo: twee Amerikaanse soldaten hebben hun vrouw vermoord terwijl ze Lariam innamen. Natuurlijk blijven zulke verbanden erg moeilijk te bewijzen, maar voor mij was het duidelijk genoeg. Lariam is vergif en gooi ik best maar snel buiten. Goede alternatieven zijn moeilijk te vinden. Of je neemt meteen anti-biotica of het duurdere alternatief voor Lariam: Malarone (25 euro per week).
Weet je wat, ik neem gewoon beide middelen mee.

Share

6 mrt ~ Overdosis training

Het is 6u15 wanneer de tekens opkomen, mijn trainningsschema is te zwaar, De verhoogde dosissen tabasco en pilipili die me zouden wennen aan een pikantere keuken moet ik noodgedwongen terug beperken tot een minimun. Tenslotte, over exact 2 dagen stijgt m’n vliegtuig rond dit uur al op. Eerst richting Londen en dan rechtstreeks naar Mumbai.

Mijn smartphone geeft 1 ongelezen mail aan. Satya, de “local” bevestigt dat hij me zal helpen mijn verblijf in Mumbai zo aangenaam mogelijk te maken. Het hotel op voorhand boeken was volgens hem niet nodig, je zou alleen maar dubbel zoveel betalen. Satya heeft geen gsm, maar hij zou me ontvangen aan de luchthaven. Het stelt me enigzins gerust dat ik om 1u s’nachts er niet alleen voor sta.

Share

A small spark created a burning desire

Amper 1 jaar geleden wist ik India zelfs niet liggen, plots geraakte ik in een draaikolk waaruit geen ontsnapping mogelijk leek. Ik moést India zien en ervaren, waarom weet ik niet. Hoe bereid je zo’n reis voor? Misschien vooral zorgen dat je er mentaal klaar voor bent, want zij die het nooit deden verklaren je sowieso gek.

~ Hiding from the laughter in the closets of our lives,
But the door hinges are squeaking letting in thin shards of light.
And now a hand’s extending outward,
Quiet comfort they invite,
Do we dare take what they offer?
Do we step into the light?
~

Share